Cultureel Erfgoed – Dokkum

Dokkum – Bedevaartsoord voor toeristen

Dokkum telt wel vijftien verschillende christelijke genootschappen, jazeker. Allemaal hun eigen kerk. Eigenzinnige Friezen, vertel me wat. Ruim 1250 jaar geleden werden deze noordelijke heidenen bekeerd door de brave Bonifatius – om deze vasthoudende Britse missionaris in 754 als dank met dolksteken te vermoorden – maar onderling zijn de koppige Friezen het dus nog lang niet eens.

Vreemd, want als ik nou érgens het gevoel krijg van een hechte gemeenschap, is het juist in Dokkum. Hier zijn de mensen nog eens echt aardig naar elkaar, op straat zeggen ze elkaar allemaal vriendelijk gedag, dat valt een westerling meteen op. “Het is hier in elk geval nog overzichtelijk” , zegt Alie Linker, die al 34 jaar in hartje Dokkum woont en intussen dus wel weet waar ze het over heeft. “Ons kent ons.” Alie zat in het onderwijs, in Assen en in Middelburg, maar uiteindelijk streek ze toch neer in het hoge noorden. In Dokkum zet ze zich tegenwoordig in voor de Stichting Stadsfeesten, die een keer per vier jaar een tiendaags feest organiseert, rondom Bonifatius natuurlijk. Want wie Dokkum zegt, zegt Bonifatius.

Welvaart

Ruim 1250 jaar geleden moest de Britse heilige zijn komst naar Dokkum met de dood bekopen. Merkwaardig eigenlijk dat de Friezen in 2004 een feestje rond een moord vierden. “We vierden vooral dat Bonifatius’ kerstening van Friesland een keerpunt is geweest. Bonifatius bracht hier niet alleen het christendom, maar ook welvaart. Friesland raakte bezaaid met kloosters en de monniken deden heel goed werk, waardoor het noorden ook economisch tot bloei kwam, een beetje vergelijkbaar met Delft. 

Dokkum werd niet alleen een internationale handelshaven maar ook een belangrijk bedevaartsoord”, vertelt Koos Hoitsma (68), energiek stadsgids van de Dokkumer VVV die me op sleeptouw neemt door de binnenstad, langs eeuwenoude panden, mooie musea, leuke winkeltjes, restaurantjes, koffieknijpjes en antiekzaken. Koos wil maar zeggen dat Bonifatius hier dan wel op 5 juni 754 slachtoffer werd van een brute roofmoord door een stelletje ongelovige Friese boerenpummels, maar dat wie vandaag de dag afreist naar de noordelijkste stad van het land er geen spijt van zal krijgen. Vooruit maar.

Dokkum is in elk geval een lekker stadje en je krijgt er nog geen seconde het gevoel dat ze je er willen vermoorden. Hooguit zullen ze je er doodknuffelen. Neem nou Trijntje Dijkstra. Als ik langs haar huisje loop bij de Halvemaans-poort, zwaait ze me toe vanuit haar stoel. Daar moet een béétje reporter natuurlijk het fijne van weten, dus bel ik aan. ” Ja, ik zoek nog een beetje verkering”, grapt Trijntje als ze samen met haar tweelingzusje Hendrikje (71) in de deuropening verschijnt. De meisjes hebben dikke pret. “Ik ben al 46 jaar getrouwd”, zegt Trijntje. ” En het is hier in altijd gezellig”, benadrukt zus Hendrikje die zelf in Damwoude woont. Zeg nou zelf, lezer, zoiets kun je toch niet verzinnen!

Eigen munt

Sinds het midden van de 17e eeuw is de binnenstad van Dokkum, het oude stratenpatroon binnen de vesting met de zes hoekige bolwerken, twee molens en de dubbele grachtengordel, eigenlijk nauwelijks veranderd. Je kunt hier heerlijk ronddolen en als je trek krijgt in een kop soep of een grutte boere kofje, dan plof je neer in eethuis De Waegh aan de Grote Breedstraat, waar je trouwens ook terecht kunt voor een glas heuse Bonifatius-wijn.

Dokkum had vroeger z’n eigen munt, de Brunoon, legt uitbater Abi van der Werf mij hier uit en omdat het in 2004 Bonifatius-herdenkingsjaar was, werd er een muntstuk ter waarde van twee euro opnieuw in een ruime oplage geslagen. Je kunt ‘m in Dokkum nog steeds kopen en er ook overal mee afrekenen.

Koos vertelt mij dat hij meezong in een Bonifatius-zangstuk van Wilco Berga uit IJlst die zomer werd uitgevoerd door het Dokkums Toonkunstkoor. In het spektakelstuk wordt het verhaal van Bonifatius bezongen, hoe de missionaris uit het Engelse Crediton werd uitgezonden om zieltjes te winnen in het heidense Friesland, hoe deze kerstening tot driemaal toe op een fiasco uitliep en hoe hij uiteindelijk bij een laatste poging – Bonifatius was toen al tegen de tachtig – voet aan de grond kreeg, maar werd vermoord door een stelletje xenofobische Friese kinkels die dachten dat er in het meereizende evangelisatiecircus allicht nog wat te halen viel aan kostbaarheden.

De heilige Bonifatius, zo wil het verhaal, probeerde nog vergeefs zich tegen de messteken te beschermen met de bijbel en zo vinden we de gevierde martelaar nu in gips vereeuwigd terug in menige Dokkumse etalage: als een soort Sinterklaas, fier overeind met z’n mijter op, staf in de hand, evenals de bijbel, waar het dolkmes nog in steekt. De weldoener Bonifatius is niet meer weg te denken uit de geschiedenis van de oude zeehavenstad Dokkum, geen ontkomen aan. Onlangs nog is de gemeente Dongeradeel weer een nieuw wandkleed aangeboden en dat hangt nu in het stadhuis: Bonifatius letterlijk met Dokkum verweven.

Opvangcentrum
“Mij valt op dat de geschiedenis zich herhaalt”, zegt Koos. ” De vreemdeling Bonifatius moesten ze hier niet, die hebben ze eerst vermoord en nu is hij een gevierd man. Asielzoekers wilden ze hier ook niet, toen kregen we tóch zo’n opvangcentrum opgedrongen en nu die vreemdelingen zijn ingeburgerd, willen we ze niet meer kwijt. Maar nu wil de minister er vanaf en nu krijgen we hier in Dokkum het ophoepelcentrum. Dat je fouten maakt, is menselijk. Maar dat je niks van je fouten leert, dat is pas dom!”

Als we de kettingbrug bij het oude zeegat zijn overgestoken en we wandelen langs het Zuiderbolwerk, zie ik bij de Woudpoortburg de schepen liggen die zomers naar Schiermonnikoog varen en robbentochten maken richting Ameland. ” Doei!” zegt Jansje Mebius me hier op de Schermesweide spontaan gedag. Vroeger, vertelt ze me, werkte haar vader op de Hembrugpont, het gezin kwam daardoor in Zaandam te wonen. Maar beppe bleef in Dokkum en zo kwam Jansje hier uiteindelijk weer terug. Nooit meer wil ze terug naar de randstad, vreselijk vond ze ‘t daaro! Ze kennen daar hun naaste buren niet eens!

Knusse huisjes

We lopen voorbij de knusse huisjes aan de Wortelhaven, langs de Harlingersteeg en dan binnendoor naar De Zijl. Deze brug over het Dokkumer Diep werd in 1583 gebouwd als sluis tussen de zee en het binnenwater, maar is tegenwoordig meer bekend als keerpunt van de Elfstedentocht. Het zou maar zo het Muiderslot kunnen zijn ware het niet dat we in Friesland zijn. Hier ga ik even op een van de schaatsbankjes zitten.

Niet alleen is Dokkum de stad van de Beerenburg – de oude Sonnema-fabriek staat op het Sonnemapleintje – maar Dokkum is na Staveren de oudste stad van de Friese elf steden, jawel. Ach, wat een verrukkelijk stadje. Terug op de Markt, de plaats van het akelige misdrijf tegen Bonifatius, kun je het kunstwerk Martelaarsveld niet missen. Hier op het hoogste punt van de stad die op een terp begon, pal naast de Grote of Martinuskerk: zestien bronzen boeken en geschriften – zogenaamd weggegooid door de plunderende moordenaars – verspreid over een perk van Erdblut, een plantje dat in de loop van het jaar van groen naar bloedrood verkleurt. In de even verderop gelegen r.-k. kerk, óók Martinus, bevindt zich een relikwieënkast met een gedeelte van de schedel van Bonifatius, en streekmuseum Het Admiraliteitshuis vertelt nog veel meer over de heilige.