Hulpschema ‘samenhang in leerstof’ bij vakoverstijgende projecten

In een aantal gevallen bleek het bijgaande schema een handig hulpmiddel om te inventariseren welke leerstof en welke vaardigheden aanwezig zijn in een bepaald project. Dit is van belang bij het plannen van leerstofvervangende projectactiviteiten. Het schema kan op twee manieren gebruikt worden: variant A of variant B.

A. Er wordt een project ontwikkeld waar veel leerzame activiteiten, momenten en opdrachten in verwerkt zitten uit diverse vakken. Bijvoorbeeld de opdracht die wij kregen van Inge en Fatima in Nijmegen. Wanneer een dergelijk project in concept klaar is (d.w.z. na het creatieve ontwerpmoment), analyseer dan met het formulier wat er in zit. Ga als volgt te werk:
Start in kolom 1 ‘Activiteit/opdracht’ . Gebruik die kolom om alle deelactiviteiten (opdrachten, vragen, taken, werkvormen etc) apart aan te geven. Eén activiteit per cel. Kies voor natuurlijke eenheden, bijvoorbeeld in het opdrachtenboekje van Inge en Fatima: de route lopen en het gebouw zoeken – de eerste indrukken – gericht kijken en beschrijven – afronden.
Analyseer vervolgens iedere eenheid en gebruik daarvoor de aanduidingen van de overige kolommen.
In het opdrachtenboekje vind je diverse taken of leeractiviteiten verwerkt: waarnemingstaken, beschrijvingstaken, tekentaken, redeneertaken, meningsvorming, teltaken, ordeningstaken (matrix), vergelijkingstaken etc. Maar ook samenwerkingstaken, planningstaken en presentatietaken (blz. 1 en afronding) zitten verscholen in het opdrachtenboekje. Sommige taken hebben betrekking op vakinhouden (Gs, Wi, Te, CKV), anderen op vakspecifieke vaardigheden en op algemene vaardigheden; vaak zijn het combinaties. In iedere rij van het schema (dus bij één deelactiviteit) kunnen vaak meerdere leerstofaspecten of vaardigheden van verschillende vakken ‘gescoord’ worden. Waar mogelijk kan aangegeven worden welke betrokkenheid deze activiteit bij de leerlingen oproept of welk motivationele aspect een rol speelt (kolom 6).

Nadat op deze wijze van het hele project alle stof en vaardigheden geanalyseerd zijn, kan bekeken worden waar en in hoeverre het project leerstofvervangend is (controleren tegen leerstoflijnen/hoofdstukken van de methoden, vakwerkplannen, studiewijzers, examenprogramma of PTA’s). Wanneer er onvoldoende samenhang is, of wanneer er meer evenwicht gebracht kan worden in de stof, dan kan het project nogmaals bekeken worden en aangevuld of verbeterd worden.

B. Om een project, waar meerdere vakken bij samenwerken, zodanig te ontwerpen dat er een goede leerstofinhoudelijke samenhang is met een goede mix van vakspecifieke en algemene vaardigheden kan men ook het schema gebruiken voorafgaande aan het creatieve moment van het ontwerpen van de opzet. Docenten onderhandelen dan eerst over welke vakken welke stof en vaardigheden ze aan de orde willen stellen, door het invullen van het schema. Daarna bedenken ze een motiverend kader (bijvoorbeeld een Cultureel Erfgoed –project) om vervolgens activiteiten, opdrachten, vragen te bedenken waarmee stof en vaardigheden aan de orde kunnen komen.

Waarom ze deze moeite deden?